Interne Begeleider
De interne begeleider heeft een spilfunctie in de zorg voor onze leerlingen. De interne begeleider coördineert en overziet de gehele leerlingenzorg en houdt leerling-besprekingen met de groepsleerkracht en met het team. De interne begeleider begeleidt leerkrachten in het verlenen van hulp in de groep en voert zo nodig gesprekken met ouders en externe instanties.

De IB-er op onze school is juf Ellen Timmerman.
Zij is op maandag en woensdag op school aanwezig .

Mocht u vragen hebben dan kunt u haar ook via de mail bereiken.
e.timmerman@cbo-nwf.nl
Onderwijs op maat
Kinderen ontwikkelen zich van nature. Ze zijn nieuwsgierig en willen steeds iets nieuws leren. Op school stimuleren we de kinderen en dagen ze uit om steeds iets nieuws te ontdekken. Binnen ons klassikale systeem houden we rekening met verschillen in aanleg en tempo. In de groepen is er ruimte voor verlengde instructie en of begeleide inoefening. Wanneer deze ondersteuning niet toereikend is, is er dit schooljaar ruimte voor ondersteuning buiten de groep d.m.v. een extra leerkracht. Voor kinderen die meer aankunnen, is er extra stof en extra uitdaging. Voor de plus leerlingen die het aankunnen gebruiken we Levelwerk. Ook hiervoor is er een leerkracht die deze kinderen begeleidt. Voor de leerlingen die nog meer aan kunnen is er de mogelijkheid van deelname aan de Plusklas. Hier gaat een interne selectieprocedure aan vooraf. Deze kinderen gaan een dagdeel per week naar de Slotschool in St. Annaparochie. Ouders regelen zelf onderling het vervoer hier naartoe.
Beleid ten aanzien van zittenblijvers en een groep overslaan
In de schoolloopbaan van uw kind streven we naar een ononderbroken ontwikkeling. Toch kan het voorkomen dat we in overleg met de ouders besluiten dat een kind een jaar moet overdoen.

Bij kleuters komt het voor dat een kind nog te jong en te speels is en het beter is dat ze nog een jaar ’kleuteren’.

Vanaf groep 3 kan het ook zijn dat een kind laag scoort op de toetsen van het leerlingvolgsysteem. Er kan dan bijv. overleg en onderzoek plaatsvinden dat uiteindelijk uitmondt in bijv. een handelingsplan. Met de ouders wordt een eventueel aangepaste leerlijn besproken.

Een enkele keer is het te overwegen een kind nog een extra jaar te gunnen om de leerstof te leren beheersen.

Op onze school hebben we daarvoor het protocol ’Zittenblijven-Overgaan’ opgesteld. Via een zorgvuldige afweging en in goed overleg met de betrokken ouders kan met dit protocol als leidraad eventueel overwogen/besloten worden tot een doublure.

NB: ‑Een jaar overdoen betekent niet dat alle leerstof voor de tweede keer gedaan moet worden!



We zijn zeer terughoudend om kinderen een groep te laten overslaan. In een enkel sporadisch geval zou het aan de orde kunnen zijn. Aspecten, die daarbij dan een rol kunnen spelen, zijn:

- ‑Het kind heeft een taalgebruik boven het leeftijdsniveau.

- ‑Het kind kan veel meer en veel moeilijker stof aan en is in staat om die stof met weinig hulp te verwerken.

- ‑De resultaten van het leerlingvolgsysteem moeten een duidelijke indicatie zijn.

- ‑Het sociaal-emotionele aspect moet aanleiding zijn om te versnellen.

- ‑Er is goed overleg met de ouders over het versnellen van het kind geweest.

In alle gevallen staat het belang van uw kind voorop! De ouders worden bij het besluitvormingsproces nauw betrokken.

Gebiedsteam
De school heeft regelmatig (eenmaal per zes weken) overleg via het IZO (Integraal Zorg Overleg) dat deel uitmaakt van het Gebiedsteam. Dit bestaat uit Judith de Boer (JGZ = Jeugdgezondheidszorg), Ellen Timmerman (IB’ er = Interne Begeleider Wizebeam) Emma Smidt ( VVE = Voor en Vroegschoolse Educatie), Danine Ramautar ( SMW = Schoolmaatschappelijk werk) Baukje Elzinga directeur Wizebeam.

In dit overleg worden leerlingen besproken, waarvoor de school een hulpvraag heeft. Voordat dit ingezet wordt vindt altijd overleg met de ouders plaats waarbij we om toestemming vragen.

Adres Gebiedsteam:
van Harenstraat 47, Sint Annaparochie.
Tel:0517-380357
gebiedsteam@waadhoeke.nl

GGD Fryslân
De jeugdgezondheidszorg volgt de gezondheid en ontwikkeling van kinderen van 0-18 jaar, in opdracht van uw gemeente. De ouders/verzorgers van alle kinderen ontvangen op 5-jarige leeftijd en in groep 7 een uitnodiging voor een gezondheidsonderzoek door de doktersassistent, arts of verpleegkundige. Voorafgaand aan het onderzoek ontvangen de ouders/verzorgers een vragenlijst.



5-jarige kinderen

Dit onderzoek bestaat uit een uitgebreid lichamelijk onderzoek en een gesprek over opvoeding, gedrag en gezondheid, zoals groei, motoriek, spraak en taal.



Groep 7

Dit is een onderzoek van de lichamelijke groei en een gesprek over opvoeding, gedrag en sociale ontwikkeling.



Ouders, kinderen of de school (in overleg met ouders) kunnen bij vragen of zorgen altijd terecht bij de jeugdgezondheidszorg voor een extra onderzoek of gesprek. U kunt zelf contact opnemen met de jeugdarts of jeugdverpleegkundige.



Voor wijzigingen en afspraken kunt u tijdens werkdagen contact opnemen met het algemene nummer

088 -22 99 444 of bij Thea van Zwol, assistente, 088 2299370, email t.vanzwol@ggdfryslan.nl

Meer info op de website van GGD Fryslân: www.ggdfryslan.nl/jgz

Schoolmaatschappelijk werk
Sinds 2010 bestaat er voor ouders de mogelijkheid om gebruik te maken van schoolmaatschappelijk werk. Onze gemeente subsidieert dit.

Wat doet een schoolmaatschappelijk werker (ster)?

• ‑Informatie, advies en begeleiding geven

• ‑De oorzaken van een probleem zoeken en bijdragen aan het zoeken van een oplossing

• ‑Kortdurende psychosociale hulpverlening



Wanneer kunt u het schoolmaatschappelijk werk inschakelen?

Als het thuis of op school om wat voor reden dan ook, niet goed gaat met uw kind, kan er een beroep worden gedaan op het schoolmaatschappelijk werk.

Enkele voorbeelden daarvan zijn:

• ‑Pesten of gepest worden

• ‑ Agressiviteit of hyperactiviteit

• ‑Geen contact willen of verlegen zijn

• ‑Scheidingsproblematiek

• ‑Driftbuien of ruzie maken

• ‑Niet willen luisteren



Hoe werkt het schoolmaatschappelijk werk?

De hulpverlening van de schoolmaatschappelijk werkster is kortdurend. Soms is een oriënterend gesprek voldoende maar soms zijn er meer gesprekken nodig. Deze gesprekken vinden plaats op school. Oudergesprekken kunnen thuis plaats vinden.

U kunt uw kind aanmelden via de Intern Begeleider(ster) van uw school. Deze neemt dan contact op met de schoolmaatschappelijk werker (ster) via het IZO. Samen wordt dan gekeken naar de vervolgstappen.

Daarnaast is het mogelijk dat u zelf contact opneemt om uw kind aan te melden via het gebiedsteam van de gemeente.



Meer weten of een afspraak maken?

Dit kan via het gebiedsteam van de Gemeente of via het IZO van de school.

Danine Ramautar ( SMW = Schoolmaatschappelijk werk)

Adres Gebiedsteam:

van Harenstraat 47, Sint Annaparochie.

Tel:0517-380357

gebiedsteam@waadhoeke.nl



Wat is zorgplicht
Dit betekent dat de scholen ervoor moeten zorgen dat iedere leerling die extra ondersteuning nodig heeft, die bij hen ingeschreven staat of zich aanmeldt,een passend onderwijsaanbod krijgt. De school moet zorgvuldig onderzoeken wat het kind nodig heeft en zal bekijken of de school dit kan bieden.

Het schoolbestuur moet daarvoor nagaan wat de ondersteuningsmogelijkheden van de school zijn eventueel met ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband.

Als de school de ondersteuning zelf niet kan bieden en aangeeft dat uw kind het beste naar een andere school kan gaan, moet de school na overleg met u zorgen dat er een school gevonden wordt die wel een passend aanbod kan doen en uw kind kan toelaten. Daarbij is het belangrijk dat de school goed met u overlegt welke school passend is voor uw kind.

Het Schoolondersteuningsprofiel
Onze school beschikt over een schoolondersteuningsprofiel, waarin beschreven is welke ondersteuningsmogelijkheden aan kinderen geboden kunnen worden.

Dit is in te zien bij de IB-er van de school. De belangrijke onderdelen van dit profiel zijn:

• ‑de visie op zorg en begeleiding/passend onderwijs op schoolniveau;

• ‑de huidige ondersteuningsmogelijkheden en ambities/ontwikkelingen voor de komende jaren;

• ‑de zorgstructuur in de school;

• ‑de organisatie van de extra ondersteuning;

• ‑de samenwerking met ketenpartners en de ondersteuningsvoorzieningen

Extra ondersteuning jonge kind
Extra ondersteuning jonge kind

Vanuit het samenwerkingsverband kan de school gebruik maken van een ambulante begeleider gespecialiseerd in het jonge kind. Deze ambulant begeleider ondersteunt de leerkrachten van de onderbouw bij de begeleiding van jonge leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Ook via het gebiedsteam in de persoon van Emma Smidt (VVE) is er aanvraag voor extra ondersteuning mogelijk.

Verwijzing SBO of SO
Verwijzing SBO of SO

Net als reguliere scholen zijn ook speciale scholen aangesloten bij de samenwerkingsverbanden.

U kunt uw kind direct aanmelden bij een speciale school wanneer er sprake is van een ernstige lichamelijke en/of verstandelijke beperking.

Ontwikkelingsperspectief (OPP)

Leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte krijgen een ontwikkelingsperspectief (OPP) wanneer zij niet meer aan de reguliere lesstof kunnen deelnemen. Dit kan soms gelden voor één vakgebied. Het wordt opgesteld door de IB-er in overleg met de groepsleerkracht en deskundigen die de leerling begeleiden.

Binnen zes weken na plaatsing van een kind op school wordt dit ontwikkelingsperspectief vastgesteld. Dit geldt voor plaatsing van nieuwe leerlingen met deze ondersteuningsbehoefte op onze school.



Het ontwikkelingsperspectief bestaat uit twee onderdelen.

Het ene deel richt zich op de ontwikkelingsmogelijkheden van een leerling op de lange termijn. Er wordt gekeken naar de doelen aan het einde van de schoolloopbaan. De school overlegt over deze doelen met u.

Het andere deel van het ontwikkelingsperspectief gaat over de ondersteuning die wordt ingezet en de acties die worden gedaan om de doelen te bereiken. Wat betreft dit deel dienen u en de school het met elkaar eens te worden. De voortgang wordt geregistreerd en ieder jaar evalueert de school met u het ontwikkelingsperspectief.

Werken aan kwaliteit

De beste leerlingenzorg is het geven van goed onderwijs. Dit proberen we te realiseren door:

- te werken met goede methoden

- het geregeld volgen van nascholing

- goed personeel

- het goed volgen van de resultaten van de leerlingen.



Er zijn leerlingen die extra moeilijk werk aankunnen en kinderen die veel extra oefenstof nodig hebben. In ons onderwijsaanbod proberen we daar zo goed mogelijk rekening mee houden.

Bij de aanschaf van methoden wordt gekeken naar de indeling van de leerstof (minimale stof, basisstof, verrijkingsstof en herhalingsstof) en de didactische principes; wordt er op goede wijze ingespeeld op de verschillende behoeftes van kinderen?

Nog belangrijker dan de methoden die een school gebruikt, zijn de mensen die er werken. Aan hen heeft u uw kind toevertrouwd. De teamleden werken niet op eigen houtje, maar besteden veel tijd aan samenwerking en overleg. Jaarlijks wordt aandacht gegeven aan nascholing. De maatschappij verandert voortdurend en dus ook het onderwijs. Nieuwe ontwikkelingen volgen we op gepaste wijze.

Nog een manier om de kwaliteit van het onderwijs te bewaken en verder te verhogen is het werken met signalerende (Is er wat aan de hand?) en diagnosticerende (Wat is er aan de hand?) toetsen. Toetsen geven ons inzicht in de schoolvorderingen van de kinderen.



De resultaten van het onderwijs

In algemene zin werken we als school aan de kerndoelen en proberen we een gunstige invloed op de resultaten

van het onderwijs uit te oefenen door ook:
- ‑een analyse te maken van onze goede en zwakke punten m.b.v. een schooldiagnose, een ouder-, personeels- en leerlingenenquête,
--twee maal per jaar een schoolzelfevaluatie na de Cito M en E toetsen
- ‑en die te verwerken in beleidsplannen: een schoolplan (meerjarenbeleid voor 4 jaar) en de concretisering daarvan in het jaarlijkse schooljaarplan.


Om op onze school voldoende zicht te krijgen op de resultaten van het gegeven onderwijs maken we gebruik van de volgende middelen:

Een regelmatige registratie/observatie van de leervorderingen en -ontwikkeling van de kinderen door de groepsleerkrachten.

Het betreft hier methode gebonden toets materiaal en een methode-onafhankelijk leerlingvolgsysteem voor de gehele school.


In algemene zin moeten we vaststellen dat de resultaten van de eindtoetsen variëren. De afgelopen jaren waren het voldoendes en ook boven het landelijk gemiddelde kwam voor. We proberen via een gerichte aanpak (probleem-/toets analyse, groepsplannen, handelingsplannen en individuele leerlijnen) de toets resultaten in ieder geval rond het gemiddelde te houden.



Toetsen
Leerlingvolgsysteem

Gedurende de schoolloopbaan worden de kinderen jaarlijks vanaf groep 3 twee maal per jaar getoetst. Hiervoor gebruiken we de toetsen van CITO.Vanaf groep 6 tellen deze uitslagen mee voor de plaatsing van de leerlingen uit groep 8 op het voortgezet onderwijs. (Plaatsingswijzer, zie ook bij Eindonderzoek)

De onderdelen waarop de kinderen gevolgd worden zijn:

- sociaal/emotionele ontwikkeling
- voorwaarden m.b.t. het lees-, taal en rekenonderwijs
- ‑woordenschat, technisch en begrijpend lezen, spelling en rekenen/wiskunde.

Ieder schooljaar wordt in een planningsschema nauwkeurig aangegeven wanneer welke toetsen worden afgenomen.

Eindonderzoek

Ieder schooljaar in april wordt de CITO-eindtoets afgenomen. Met deze laatste toets wordt vooral vastgesteld in hoeverre de leerstof van de basisschool door de leerlingen is opgepakt.

Het advies VO wordt vastgesteld vóór de Eindtoets m.b.v. de Plaatsingswijzer (zie hier onder) en de observaties en bevindingen van de leerkracht.

De Plaatsingswijzer

De ingevulde Plaatsingswijzer wordt met de ouders besproken vanaf groep 7.

Met de Plaatsingswijzer wordt de advisering door de basisschool naar het vervolgonderwijs gebaseerd op de meerjarige ontwikkeling van de leerling, zoals die zichtbaar wordt in het leerlingvolgsysteem van de school.

Bij de Plaatsingswijzer staan de gegevens uit het leerlingvolgsysteem vanaf groep 6 centraal.

Er wordt gekeken naar de ontwikkeling van de leerling bij:

Begrijpend Lezen

Rekenen & Wiskunde

Technisch Lezen

Spelling

De eerste twee onderdelen tellen hierbij het zwaarst.

Binnen de Plaatsingswijzer wordt bij de leerlingvolgsystemen van Cito gewerkt met de vaardigheidsscores, dus niet met de vaardigheidsniveaus (l-V, A-E). Met de vaardigheidsscores kan erg nauwkeurig gekeken worden waar een leerling het best op zijn plek is. De denkwijze achter deze scores is gebaseerd op het nauwkeurig volgen van de ontwikkeling van kinderen, met alle vertragingen en versnellingen die zich daarin door de jaren heen in voor kunnen doen.

De toetsen voor speciale kinderen, als mede het ontwikkelingsbeeld van de leerlingen van wie de ontwikkeling met een aangepast programma/aangepaste toetsing wordt vorm gegeven/gevolgd, passen uitstekend in de systematiek.

De Plaatsingswijzer is geen instrument, waarbij met een druk op de knop een schooladvies wordt aangeleverd. Dit zou de kinderen geen recht doen, maar ook de leerkrachten niet. De Plaatsingswijzer is een hulpmiddel om tot een goed doordacht en goed onderbouwd advies te komen. Bij het opstellen van het advies voor een kind wordt natuurlijk veel meer informatie betrokken, bijv. over de werkhouding, de motivatie en de sociaal-emotionele ontwikkeling, zoals vermeld in het Onderwijskundig Rapport. Alle beschikbare informatie over het kind leidt dus tot het uiteindelijke advies. In de matrix van de Plaatsingswijzer zien we de gegevens over de cognitieve ontwikkeling in relatie tot het vervolgperspectief; de leerkracht verbindt deze met de andere aspecten van ontwikkeling. Een computerprogramma is hiertoe niet in staat …